Waarom ook terroristen recht hebben op een eerlijk proces

Nog voor het proces rond de terreuraanslagen van 22 maart 2016 goed en wel begonnen is lopen de gemoederen reeds hoog op. Zo besliste de assisenvoorzitter afgelopen week om de glazen boxen, waarin iedere beschuldigde plaats zou nemen gedurende het proces, te verbieden. Deze kooien maken, aldus het arrest, een onmiskenbare schending uit van het recht op een eerlijk proces zoals verankerd in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Wat is er zo bijzonder aan dat recht op een eerlijk proces dat zelfs terroristen er rechtsbescherming aan kunnen ontlenen? Het voornaamste oogmerk van een terroristisch misdrijf bestaat er immers uit om de democratische samenleving – en derhalve ook het principe van de rechtstaat – omver te werpen.

Recht op een eerlijk proces. Artikel 6 van het EVRM:

de heilige graal van de rechten van verdediging

Het recht op een eerlijk proces moet gewaarborgd worden in iedere strafprocedure, ongeacht de omvang ervan. Het betreft een essentieel recht van de verdediging.

Wat al dan niet als eerlijk beschouwd wordt, is subjectief. Zo kan voor sommigen de doodstraf voor bepaalde veroordeelden terecht ogen, doch kan voor anderen het idee dat de overheid de mogelijkheid heeft om het leven van haar eigen burgers te ontnemen verafschuwd worden.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft in het verleden komaf gemaakt met het subjectieve karakter eigen aan het eerlijkheidsbegrip door een limitatieve lijst van rechten aan te nemen waarover iedere verdachte in de loop van een strafprocedure kan beschikken. Wanneer de overheid zou nalaten om één van deze voorwaarden na te leven is er geen sprake van een eerlijk proces en heeft een schending van artikel 6 van het EVRM plaatsgevonden.

Om die reden vertrekt elke strafprocedure vanuit de premisse van de vermoedelijke onschuld van de verdachte tot het tegendeel, middels rechtmatig verkregen bewijs, aangetoond kan worden boven enige redelijke twijfel. Over de schuldvraag moet bovendien binnen een redelijke termijn uitspraak worden gedaan door een onafhankelijke en onpartijdige rechter. Vonnissen en arresten moeten ook naar behoren gemotiveerd worden.

Door het plaatsen van boxen, waarin de beschuldigden van het terreurproces tot voor kort plaats moesten nemen, komt evenwel een ander eerlijkheidsaspect van artikel 6 EVRM op de helling te staan, met name het recht van iedere verdachte om effectief deel te nemen aan het proces.

De glazen boxen beperken een effectieve deelname aan het proces

In het betreffende arrest worden de boxen omschreven als isoleercellen waarbinnen de temperatuur en het zuurstofgehalte maar moeilijk afgestemd kunnen worden. Bovendien zouden de advocaten van de beschuldigden enkel met hun cliënten kunnen communiceren langs smalle sleufjes en geboorde gaatjes. De beschuldigden zouden de magistraten en andere betrokken partijen maar moeilijk kunnen horen of zien. Zelfs tussen de beschuldigden onderling is er sprake van ongelijke behandeling, daar niet alle boxen dezelfde afmetingen hebben.

Het Openbaar Ministerie, dat in de zittingszaal kan plaatsnemen zonder enige afrastering, zou daarentegen geen enkele moeite hebben om zich hoorbaar te maken is en is vrij om te communiceren  met de magistraten, de slachtoffers en de assisenjury.

In lijn met de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft de assisenvoorzitter besloten dat de glazen boxen de beschuldigden verhinderen om effectief deel te nemen aan het terreurproces, waardoor deze in het licht van artikel 6 van het EVRM oneerlijk behandeld zouden worden in vergelijking met de andere procespartijen.

Waarom zelfs terroristen niet oneerlijk behandeld mogen worden

De rechtssystemen van Westerse staten strekken er toe om beginselen eigen aan de samenlevingsvorm van de democratie te bewaken. Zonder een werkzaam rechtsstelsel blijven democratische waarden immers uitsluitend dode letter en zouden de fundamentele rechten van de mens nooit in praktijk gerealiseerd kunnen worden.

Een van de meest fundamentele grondrechten betreft het gelijkheidsbeginsel, hetgeen vooropstelt dat iedere mens gelijk behandeld moet worden door de wet.

Gelet op het feit dat gelijkheid een essentiële democratische waarde uitmaakt, zou het bijgevolg manifest onjuist zijn van de Belgische overheid om terreurverdachten anders te behandelen dan personen verdacht van andere feiten. In dat geval zou de overheid zelf, net zoals terroristen trachten te doen, de democratie ondermijnen.

Het garanderen van een eerlijk proces zelfs ten aanzien van terreurverdachten is bijgevolg misschien wel een van de meest democratische daden die de Belgische overheid kan stellen.

 

Bijkomende vragen?

Indien wij u verder kunnen bijstaan of adviseren, aarzel dan niet om ons team strafrecht te contacteren.
Maak eenvoudig een afspraak via onderstaande knop.

 

Afspraak Maken

Meer artikels over strafrecht

“Flash” regelt drugstransport van 1,4 ton cocaïne vanuit gevangenis

De advocaten van Yannick W. vonden dat er nog veel vragen onbeantwoord bleven. “Wie zijn de grote mannen in dit dossier? Niet onze cliënt, want...

Lees verder

Advocaat Solvay-student sleept VUB voor rechter

Artikel van Het Nieuwsblad, vrijdag 4 november 22, lees het hier “Wij hebben nog steeds niet vernomen wat onze cliënt fout gedaan heeft”, klinkt het...

Lees verder