Korte gevangenisstraffen: naar een werkelijk verblijf in de gevangenis?

Stel, u wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van minder dan drie jaar. De kans is klein dat uw eerste reactie op dit verdict een welgemeende “oef” is. Moet u dan effectief 6 maanden, één jaar of twee jaar naar de gevangenis?

Het antwoord is in ons land vooralsnog bijna altijd nee. Als minister van Justitie Van Quickenborne zijn plannen waar kan maken, zou hier echter op korte termijn verandering in komen.

Korte gevangenisstraffen, wat zijn dat?

“Korte gevangenisstraffen” zijn gevangenisstraffen tot 3 jaar. In ons land zit men deze zelden of nooit uit in de gevangenis. Veroordeelden tot deze straffen krijgen vaak een enkelband en zitten hun straf zodanig thuis uit. Vanaf december 2021 komt hier wellicht verandering in. Op dat moment treden de artikelen van de wet van 17 mei 2006 (de “Wet Externe Rechtspositie”)[1], die de uitvoering van de korte gevangenisstraffen regelen, in werking. De strafuitvoeringsrechter houdt zich dan met de korte gevangenisstraffen bezig. De wet bepaalt dit al lang, maar de inwerkingtreding werd steeds verschoven zodat tot op vandaag de uitvoering van korte gevangenisstraffen in handen is van de uitvoerende macht.

Het einde van de automatische omzetting?

Momenteel zet men korte gevangenisstraffen vrijwel automatisch om in vrijlating of elektronisch toezicht. Vanaf december beslist de strafuitvoeringsrechter over de uitvoering ervan. Deze rechter houdt bij zijn beslissing rekening met een aantal criteria zoals bijvoorbeeld:

  • de persoonlijkheid van de dader
  • de kansen van die dader op maatschappelijke re-integratie
  • of er vluchtgevaar is
  • het gedrag van de veroordeelde ten opzichte van een eventueel slachtoffer

 

Zijn korte gevangenisstraffen een groeiremmer voor kleine criminaliteit?

De minister wil door korte gevangenisstraffen effectief uit te voeren enerzijds de straffeloosheid aanpakken en anderzijds recidive voorkomen. Bij de publieke opinie heerst momenteel het gevoel dat daders die een korte gevangenisstraf krijgen, vrijuit gaan. Door deze daders effectief op te sluiten, wil de minister hieraan tegemoetkomen. Daarnaast zijn de recidivecijfers in ons land erg hoog. Door kortgestraften op te sluiten hoopt de minister hen beter te kunnen begeleiden en zo recidive te vermijden. Zo groeit kleine criminaliteit niet uit tot grote.

De druppel die de emmer doet overlopen?

Het is niet moeilijk te voorzien dat wanneer men daders gaat opsluiten die normaal geen dag achter de tralies doorbrengen, de al overvolle gevangenissen wel eens uit hun voegen kunnen barsten. Bovendien laat de begeleiding van gedetineerden nu al vaak te wensen over. Op korte termijn kunnen er maar liefst 600 gedetineerden bij komen. Toch gelooft de minister dat op lange termijn het aantal gedetineerden niet toeneemt. Door kortgestraften op te sluiten en te begeleiden, voorkomt men mogelijks recidive en worden de kortgestraften van vandaag niet de langgestraften van morgen. Bovendien heerst het idee dat rechters, wanneer ze weten dat de korte gevangenisstraffen die zij uitspreken effectief uitgevoerd worden, minder lange gevangenisstraffen uitspreken[2].

Detentiehuizen als oplossing?

Om die ambities waar te maken is een vakkundige begeleiding van gedetineerden nodig. De minister en het gevangeniswezen zijn het erover eens dat die begeleiding niet mogelijk is in gevangenissen die honderden gedetineerden herbergen. Kleinschalige detentiehuizen voor kortgestraften, naast de reguliere gevangenissen, bieden mogelijks een oplossing voor dat probleem.

Detentiehuizen zijn wat ze zeggen te zijn: huizen waar mensen gedetineerd houdt. Het concept rust op drie principes: kleinschaligheid, differentiatie en nabijheid. Kleine groepen gedetineerden (de minister spreekt van 60 gedetineerden, stemmen gaan op om dit te beperken tot een derde van dat aantal) worden ondergebracht in beveiligde huizen die onderling van elkaar verschillen. Gedetineerden kunnen zo een begeleiding op maat krijgen. Vanuit de huizen, spelen de gedetineerden een rol in de samenleving door bijvoorbeeld een bakkerij of fietsherstelplaats uit te baten. Zo zou elke gedetineerde een begeleiding kunnen krijgen die hem (opnieuw) een plaats in de samenleving geeft[3]. Momenteel bestaan al twee zulke detentiehuizen in ons land.

Hoe lang zal je een korte gevangenisstraf dan moeten uitzitten?

Ook vanaf 1 december betekent een korte gevangenisstraf niet dat de gedetineerde de hele straf effectief zal moeten uitzitten. Gevangenisstraffen tot anderhalf jaar zullen op aanvraag door de strafuitvoeringsrechter onmiddellijk kunnen worden omgezet naar een enkelband of naar beperkte detentie (waarbij de gedetineerde enkel ‘s nachts in de cel verblijft). Van straffen van anderhalf tot drie jaar zal een derde uitgezeten moeten worden. Daarna kan de gedetineerde de strafuitvoeringsrechter om vervroegde vrijlating vragen. Zes maanden voor een derde van de straf is uitgezeten kan men de strafuitvoeringsrechter ook al verzoeken de rest van de straf uit te zitten met een enkelband of in voorlopige detentie. De rechter heeft de mogelijkheid om deze verzoeken evenwel altijd weigeren. Wie dus tot 24 maanden wordt veroordeeld, kan na acht maanden (een derde van de straf) de vervroegde vrijlating vragen. Na twee maanden “zitten” (zes maanden voor dat een derde van de straf is uitgezeten) komt de gedetineerde in aanmerking voor een enkelband.

Van vandaag op morgen?

Minister van Justitie Van Quickenborne wil duidelijk snel werk maken van de uitvoering van korte gevangenisstraffen. Toch zit de kans erin dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen. Ook in het verleden deed men al verwoede pogingen om de artikelen van de wet externe rechtspositie in werking te doen treden en korte gevangenisstraffen effectief uit te voeren. Telkens schoof men dit op de lange baan. De laatste keer omwille van de coronacrisis[4]. Het is maar de vraag of het deze keer anders is. Bovendien kosten al die plannen een smak geld. Het is nog onduidelijk of de middelen vrijgemaakt kunnen worden om de plannen van de minister effectief te realiseren.

Nog bijkomende vragen?

In geval van vragen kan u steeds contact opnemen met de advocaten van het team strafrecht.

Wist u dat we nu ook eerstelijnsadvies bieden via onze webshop? Zowel fysiek als digitaal!

Desdalex Online Ontdekken
Bronvermelding
[1] Wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, BS 15 juni 2006.
[2] W. Winckelmans, “We moeten vermijden dat kleine criminaliteit uitgroeit tot grote”, De Standaard 5 juli 2021, 
[3] https://dehuizen.be/nl/concept.
[4] B. Lysy, “Strafuitvoeringsrechtbanken pas vanaf december 2021 bevoegd voor korte straffen”, 

 

Meer artikels over strafrecht

“Flash” regelt drugstransport van 1,4 ton cocaïne vanuit gevangenis

De advocaten van Yannick W. vonden dat er nog veel vragen onbeantwoord bleven. “Wie zijn de grote mannen in dit dossier? Niet onze cliënt, want...

Lees verder

Advocaat Solvay-student sleept VUB voor rechter

Artikel van Het Nieuwsblad, vrijdag 4 november 22, lees het hier “Wij hebben nog steeds niet vernomen wat onze cliënt fout gedaan heeft”, klinkt het...

Lees verder