Nieuws
De geldigheid en grenzen van niet-concurrentiebedingen in overeenkomsten tussen ondernemingen
Geactualiseerd op 17 december 2025
Naar Belgisch recht is iedereen vrij om enige economische activiteit naar keuze uit te oefenen (ook “vrijheid van ondernemen” genoemd). Dit principe is verankerd in artikel II.3 van het Wetboek Economisch Recht en is van openbare orde.
Een niet-concurrentiebeding of contractueel concurrentieverbod is erop gericht om te verhinderen dat de ene contractspartij activiteiten uitoefent die concurrerend zijn aan de activiteiten van de andere contractspartij, vaak zowel tijdens als na de beëindiging van de overeenkomst.
Aangezien een niet-concurrentiebeding een beperking inhoudt van voormelde, wettelijk beschermde vrijheid, moeten dergelijke bedingen voldoen aan bepaalde geldigheidsvoorwaarden. In tegenstelling tot wat het geval is voor niet-concurrentiebedingen in arbeidsovereenkomsten, zijn de geldigheidsvoorwaarden van niet-concurrentiebedingen in overeenkomsten tussen ondernemingen niet wettelijk geregeld. De geldigheidsvereisten werden ontwikkeld in de rechtspraak.
Voorbeelden van overeenkomsten tussen ondernemingen waar een contractueel concurrentieverbod wordt opgenomen zijn de overeenkomst van zelfstandige dienstverlening, de managementovereenkomst, de overeenkomst tot overdracht van een handelszaak, etc.
Een concurrentiebeding mag de vrijheid van ondernemen niet op een onevenredige wijze beperken, bijvoorbeeld door de schuldenaar van het beding te beletten om te voorzien in een behoorlijk levensonderhoud. De beperking van de vrijheid van ondernemen moet haar grondslag vinden in een rechtmatig belang en moet proportioneel zijn. Met andere woorden mag het beding niet verder reiken dan wat nodig is om het rechtmatig belang van de schuldeiser (begunstigde) van het beding te dienen.
Concreet moeten niet-concurrentiebedingen beperkt zijn naar voorwerp (activiteiten), tijd (duur) en ruimte (territorium). De precieze invulling van deze voorwaarden verschilt naargelang de aard van de overeenkomst en de concrete omstandigheden van de samenwerking.
Niet-concurrentiebedingen die onredelijk zijn, kunnen nietig verklaard worden door de rechter. In plaats van het volledige beding nietig te verklaren, kan de rechter het beding gedeeltelijk vernietigen en matigen tot de grenzen van het toelaatbare. Echter kan dit enkel op voorwaarde dat de gedeeltelijke vernietiging mogelijk is, er geen wettelijk verbod op gedeeltelijke vernietiging geldt en het de bedoeling van de partijen is om een gematigd beding te behouden (dit kan blijken uit een contractuele bepaling die uitdrukkelijk naar de matigingsbevoegdheid van de rechter verwijst).
Heeft u verdere vragen of wenst u advies of bijstand?
Aarzel dan niet om ons te contacteren via e-mail op info@desdalex.be of telefonisch op het nummer +32 (0)3 248 40 30.
Wij helpen u graag verder.
Meer artikels over ondernemingsrecht
Privacy voor bestuurders in vennootschappen?
Bestuurders van vennootschappen worden traditioneel vermeld in de jaarrekening en in de publicaties in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad. Deze bekendmakingen omvatten doorgaans ook...
Bent u klaar voor de digitale transitie op het vlak van facturatie? Vanaf 1 januari 2026 dienen alle btw-plichtige ondernemingen verplicht aan “e-facturatie” te doen via het PEPPOL-netwerk.
Op grond van de Wet van 6 februari 2024 tot wijziging van het Btw-wetboek en het Wetboek Inkomstenbelasting van 1992 moeten – op enkele uitzonderingen...
