Kan de politie of de rechter mij als verdachte dwingen om de code van mijn gsm te geven?

Na jaren van discussie en onenigheid over het antwoord op deze vraag, is hierop zeer recent dan toch een min of meer definitief en duidelijk antwoord gekomen. 2 arresten zijn gewezen door twee van de hoogste rechtscolleges in België, zijnde het Hof van Cassatie (arrest van 4 februari 2020)  en het Grondwettelijk Hof (arrest van 20 februari 2020).

Het gaat hier over de informatieplicht die wettelijk voorzien is in artikel 88quater van het Wetboek van Strafvordering.

Deze informatieplicht voorziet een vorm van medewerkingsplicht voor elke persoon, en dus ook een verdachte, waarvan vermoed wordt dat hij of zij die kennis heeft, om de toegangscode of sleutel tot elk informaticasysteem (zo bijvoorbeeld dus een gsm of smartphone) dat onderzocht wordt, te geven.

Een weigering om deze toegangscode of sleutel te geven kan zeer zwaar bestraft worden met een gevangenisstraf en een geldboete. Afhankelijk van de specifieke situatie kan de gevangenisstraf oplopen tot maar liefst 5 jaar en de geldboete tot wel 50.000 euro (nog te vermenigvuldigen met de toepasselijke opdeciemen).

Wat met mijn rechten als verdachte om te zwijgen en om mijzelf niet te beschuldigen?

Stel dat ik verdacht word van een misdrijf en dat ik liever niet wil dat de politie mijn gsm of smartphone kan uitlezen omdat daar zaken op staan die zouden kunnen bewijzen dat ik schuldig ben, heb ik dan als verdachte niet principieel het recht om te zwijgen of de code niet te geven zonder het risico te lopen om daarvoor gestraft te worden? Is dat anders geen schending van mijn rechten van verdediging?

Volgens het Hof van Cassatie en het Grondwettelijk Hof is dat niet het geval.

Door onze hoogste rechtscolleges wordt benadrukt dat de rechten van een verdachte, waaronder het zwijgrecht en het recht om zichzelf niet te beschuldigen, niet absoluut zijn.

Het Hof van Cassatie stelt in haar arrest dat het recht om zichzelf niet te beschuldigen er in de eerste plaats toe dient het recht op een eerlijk proces te vrijwaren door het uitsluiten van onjuiste verklaringen die onder dwang zijn afgelegd en dus om te vermijden dat er onbetrouwbaar bewijs zou kunnen gebruikt worden.

Dat risico op onbetrouwbaar bewijs is hier volgens het Hof van Cassatie evenwel niet aanwezig, omdat een toegangscode onafhankelijk van de wil van de verdachte bestaat. De code is wat ze is en ze verandert niet door de zuivere mededeling ervan.

Een toegangscode moet gezien worden als “neutraal”, zegt het Hof van Cassatie, waarbij de code op zich als gevraagde informatie beperkt is en onderscheiden moet worden van de eventuele bewijzen van schuld die zo zouden kunnen achterhaald worden bij de uitlezing van de gsm of smartphone.

In die zin zou een vergelijking kunnen gemaakt worden met bijvoorbeeld de afgifte van DNA, waartoe een verdachte ook rechtmatig kan gedwongen worden zonder dat dit dus een schending van de rechten van de verdachte tot gevolg zou hebben.

 

Onder welke voorwaarden kan ik als verdachte dan gedwongen worden om de code te geven?

Als we de Wet en het arrest van het Hof van Cassatie naast elkaar leggen, dan kunnen wel een aantal voorwaarden teruggevonden worden waaraan lijkt te moeten voldaan zijn om een verdachte effectief strafbaar te kunnen stellen bij een weigering om de toegangscode van een gsm of smartphone te geven:

  1. De Wet voorziet vooreerst dat de plicht om de toegangscode van een gsm of smartphone te geven alleszins enkel op bevel van een onderzoeksrechter, zijnde een onafhankelijke en onpartijdige rechter, kan afgedwongen worden.
  2. De gsm of smartphone moet bovendien al “opgespoord” (gevonden) zijn zonder dat daarbij dwang op de verdachte mag uitgevoerd geweest zijn. Men mag de verdachte dus niet eerst dwingen om te zeggen waar zijn gsm of smartphone is.
  3. Men moet kunnen aantonen dat de verdachte de toegangscode van die gsm of smartphone “zonder redelijke twijfel” kent.
  4. Er moeten ook aanwijzingen van schuld voorliggen in hoofde van die verdachte.
  5. De gevraagde informatie moet proportioneel (dus in verhouding) zijn met het onderzoek naar de feiten.
  6. De informatieplicht betreft enkel de toegangscode zelf van de reeds opgespoorde gsm of smartphone, zonder dewelke dit toestel onleesbaar is.

Wat als ik lieg en zeg dat ik de code niet ken? Of wat als ik bewust een foute code geef?

Welnu, als redelijkerwijs kan aangetoond worden dat de verdachte liegt, bijvoorbeeld omdat men niet geloofwaardig kan beweren dat hij of zij de code van zijn eigen gsm of smartphone niet zou kennen,  dan zal liegen evenzeer kunnen gezien worden als een weigering om mee te werken en dus strafbaar zijn.

Hetzelfde geldt voor wat het (bewust) geven van een foute code betreft of een code die de gsm of smartphone net wist of onleesbaar maakt bijvoorbeeld.

Zulke “trucjes” zullen dus veelal weinig soelaas bieden om te vermijden dat de verdachte vervolgd (en veroordeeld) zal worden voor een inbreuk op de informatieplicht.

Wat nu?

Nu blijkt dat het Hof van Cassatie en het Grondwettelijk Hof het met elkaar eens lijken te zijn over het antwoord op onze vraag, lijkt de discussie dus definitief beslecht.

Als de onderzoeksrechter dus een bevel aflevert aan een verdachte om de toegangscode(s) van een aangetroffen en te doorzoeken gsm(s) of smartphone(s) te geven, waarvan men kan aannemen dat hij of zij deze code kent, dan zal de verdachte zich schuldig maken aan een misdrijf en gestraft kunnen worden indien hij of zij die (juiste) code(s) dan toch nog weigert te geven.

De vraag is of dit alles de toets van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zal doorstaan.

 

Bronnen:

[1] Hof van Cassatie 4 februari 2020, P.19.1086.N, https://www.justice.belgium.be

[2] Grondwettelijk Hof nr. 28/2020, 20 februari 2020, https://www.const-court.be

 

Meer artikels over strafrecht

Xavier Potvin tevreden dat zijn cliënt werd vrijgesproken

Juwelendieven die vertegenwoordigster beroofden krijgen veertig maanden cel, een man vrijgesproken Zijn advocaat, Xavier Potvin, legde uit dat G.B. nergens op de camerabeelden te zien...

Lees verder

De gevangenissen zijn de hogescholen of universiteiten van de criminaliteit

Drugsbende riskeert 5 jaar cel voor verkoop kilo’s cocaïne en heroïne: “Maar gevangenis is de universiteit van de criminaliteit.” “De gevangenissen zijn de hogescholen of...

Lees verder