Kan de overheid aan telecom providers de verplichting opleggen om al onze gegevens te bewaren en te gebruiken?

Een samenvatting van twee recente arresten van het Hof van Justitie.

Tegenwoordig wordt meer en meer belang gehecht aan privacy. Van bedrijven die u per e-mail inlichten over hun GDPR-beleid tot veroordelingen van Facebook wegens schending van de privacy van Facebook-gebruikers. Iedereen is bezorgd over zijn persoonlijke gegevens!
Ook het Europese Hof van Justitie hecht veel belang aan de privacy van EU-onderdanen.

In 2002 vaardigde het Europees Parlement al een richtlijn uit ter bescherming van de privacy en elektronische communicatie. Sindsdien staat er heel wat ter discussie: kan de overheid zomaar beschikken over gegevens waaruit blijkt met wie we telefoneren, hoelang we telefoneren en zelfs waar we ons bevonden op het moment van het telefoongesprek?

In twee arresten van 6 oktober 2020 bepaalde het Hof van Justitie de krachtlijnen waaraan de Europese lidstaten zich moeten houden wanneer zij hierover nationale wetgeving uitvaardigen.

De basisregel door het Hof van Justitie

Conform het Europees recht kan niet aan telecom providers worden opgelegd dat zij op algemene en ongedifferentieerde wijze verkeersgegevens en locatiegegevens moeten doorsturen naar organen van de Staat (zoals het Openbaar Ministerie). Bovendien kan er ook geen nationale wetgeving worden uitgevaardigd waarbij telecom providers worden verplicht om verkeersgegevens en locatie-data preventief te bewaren.

Het Hof van Justitie meent dat het preventief bewaren en versturen van locatiegevoelige data een schending is van het fundamenteel recht op privacy. Echter heeft het Hof van Justitie enkele uitzonderingen geformuleerd op deze basisregel.

Uitzondering 1:

Wanneer er in een Europese lidstaat sprake is van een ernstige bedreiging van de nationale veiligheid (waarbij die dreiging actueel en reëel is), dan kan men op grond van een rechterlijk bevel (bijvoorbeeld van de onderzoeksrechter) aan telecom providers bevelen de verkeersgegevens en locatie-data te bewaren op algemene en ongedifferentieerde wijze. Belangrijk is dat de bewaring moet zijn gelimiteerd in de tijd en dat er nadien een controle gebeurt door een rechtbank.

Verkeersgegevens en locatie-data zijn vaak van zeer groot belang in strafrechtelijke onderzoeken, aangezien men deze data kan aanwenden om aan te tonen dat de betrokkene zich op een bepaalde moment op een bepaalde plaats heeft begeven.

Uitzondering 2:

Wanneer een lidstaat wetgeving uitvaardigt ter bescherming van de nationale veiligheid, bestrijding van zware criminaliteit en het voorkomen van ernstige bedreigingen van de openbare veiligheid, dan kan de wetgever aan telecom providers opleggen dat zij gericht (en preventief) verkeers- en locatiedata kunnen bewaren op grond van objectieve en niet discriminerende elementen (wat betreft betrokken personen en geografische criteria) en dit voor een periode die strikt noodzakelijk is.

Uitzondering 3:

Ter bescherming van de nationale veiligheid, bestrijding van zware criminaliteit en het voorkomen van ernstige bedreigingen van de openbare veiligheid kan de wetgever ook aan telecom providers de verplichting opleggen om op algemene en ongedifferentieerde wijze IP-adressen te bewaren en dit voor een periode die strikt noodzakelijk is.

Aangezien een IP-adres het vertrekpunt vormt van een verbinding, blijkt dergelijke informatie vaak zeer nuttig in een onderzoek.

Uitzondering 4:

De wetgever kan volgens het Europees recht ook verankeren in de wet dat telecom providers kunnen beschikken over real time (live) data van personen. Dit is echter gelimiteerd tot personen waarvan ernstige aanwijzingen zijn dat ze zich inhouden met terroristische activiteiten. In dit geval moet er voorafgaand een controle gebeuren door de rechtbank om te toetsen of er voldaan is aan alle opgelegde vereisten.

Wat als er toch persoonlijke data zou zijn verzameld in strijd met deze rechtsregels?

Dan schrijft het Hof van Justitie voor dat de rechtbanken dergelijke informatie buiten beschouwing moeten laten.

Bijkomende vragen?