Chat with us, powered by LiveChat

Hoorrecht en keuzerecht voor minderjarige kinderen in een scheidingssituatie

Is er werkelijk een hoorrecht en betekent dit ook een keuzerecht voor minderjarige kinderen in een scheidingssituatie?

Sinds 2013 werd wettelijk voorzien dat kinderen boven de 12 jaar, in een procedure waarin over hen dient te worden beslist in het kader van een scheiding tussen de ouders, een hoorrecht hebben. Aldus dienen zij boven de 12 jaar standaard door de rechtbank te worden uitgenodigd om met hen te spreken over de situatie waarin zij zitten en wat hun wensen zijn. Is men jonger dan 12 jaar, dan bepaalt de wet dat de rechter het kind dient uit te nodigen voor een gesprek, indien het kind, de ouders, de rechter zelf of het openbaar ministerie hierom verzoekt.

 

In de praktijk is echter al te vaak gebleken dat de vraag van kinderen onder de 12 jaar om gehoord te worden, zeer vaak door de rechter naast zich wordt neergelegd. Uiteraard is de leeftijd een belangrijke factor, maar de praktijk leert dat rechters voor kinderen onder de 12 jaar steeds zeer snel het verzoek om te worden gehoord zonder meer afwijzen.

 

Het Kinderrechtencommissariaat probeert thans om rechters meer te sensibiliseren en in overleg met het te plegen om ook kinderen onder de 12 jaar toch minstens het gevoel te laten hebben gehoord te worden in een procedure dat hen aanbelangt, rekening houdende met hun maturiteit. Dit is uiteraard geen sinecure en zal niet op korte termijn opgelost kunnen worden.

 

Echter dient er ook op gewezen te worden dat een hoorrecht niet gelijk is aan een keuzerecht. De wet bepaalt dat kinderen het recht hebben om gehoord te worden, de wet bepaalt niet dat wat het kind verklaart, zonder meer gevolgd dient te worden of dat het kind een keuzerecht heeft. Indien een kind stelt te kiezen voor de ene of de andere ouder, geen contact meer wil met één van de ouders of dergelijke meer, is het niet zo dat de rechtbank deze mening/wil van het kind dient te volgen.

 

De rechter dient nog steeds een beslissing te nemen, rekening houdende met het belang van het kind. Indien bijvoorbeeld een dertienjarig kind zou zeggen geen contact meer te willen met één van de ouders, dan zal een rechter doorgaans alsnog een contact opleggen met die ouder, om oudervervreemding te voorkomen, maar ook omdat het, doorgaans, in het belang van het kind is om contact te hebben met beide ouders. Een kind, zeker in de pubertijd, zal al snel kiezen voor de ouder bij wie hij/zij het meest vrij wordt gelaten, de meeste geschenken krijgt, etc. Uiteraard dienen rechters daar ook door te kijken, wat ook vaak gebeurt, waarbij de rechters dan een beslissing zullen nemen waarbij zij de achterliggende argumentatie voor een welbepaalde keuze van een kind trachten te doorprikken om zo te oordelen in het belang van het kind en niet louter naar de wens van het kind.

 

Ook de ouders dienen zich hiervan uiteraard bewust te zijn.

 

Indien u hieromtrent verdere vragen zou hebben, kan u steeds contact opnemen met ons team familierecht.