Chat with us, powered by LiveChat

Het straffen van de persoon én zijn vennootschap: samen uit samen thuis?

Op 30 juli 2018 trad de “Wet tot wijziging van het Strafwetboek en de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering wat de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersonen betreft” in werking.

Deze wet wijzigde artikel 5 van het Strafwetboek dat de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen regelt. De belangrijkste wijziging werd aangebracht aan het systeem waarbij zowel een natuurlijke persoon – een persoon in eigen naam – alsook de vennootschap/vereniging waarvoor die persoon handelt, strafrechtelijk worden vervolgd.

Bijvoorbeeld: Brecht P. baat een slagerij uit in de vorm van een bvba en wordt geconfronteerd met een strafrechtelijk onderzoek naar oplichting. Kan de rechtbank dan enkel Brecht P. veroordelen, enkel de bvba veroordelen of kan men deze beide veroordelen wegens feiten van oplichting?

Vóór 30 juli 2018 was de situatie als volgt:

  1. Een rechtspersoon kon strafrechtelijk worden veroordeeld voor feiten die een intrinsiek – dus wezenlijk – verband hadden met de verwezenlijking van het doel of de belangen van die rechtspersoon of die voor zijn rekening waren gepleegd. Dit impliceert dat de bvba van Brecht P. enkel kon worden veroordeeld voor feiten van oplichting wanneer deze feiten waren gepleegd in het kader van de uitoefening van de belangen van de bvba.
  2. De rechtspersoon en natuurlijke persoon konden slechts samen worden veroordeeld wanneer de feiten opzettelijk waren gepleegd. Indien dit niet het geval was, dan zou de rechtbank enkel diegene veroordelen die de zwaarste fout had begaan. Zo zal de rechtbank dus moeten oordelen wie de zwaarste fout heeft begaan: Brecht P. of zijn bvba. Enkel diegene zou dan worden bestraft.
  3. Bepaalde vormen van verenigingen werden gelijkgeschakeld met de term “rechtspersoon”.
  4. Publiekrechtelijke vennootschappen zoals de federale staat, de provincies,… en OCMW’s konden niet strafrechtelijk worden veroordeeld.

De regeling sinds 30 juli 2018 is de volgende:

De tweede krachtlijn, die de “decumulregeling” wordt genoemd, werd op 30 juli 2018 afgeschaft. De wetgever is de mening toegedaan dat wie samen misdrijven pleegt – de natuurlijke persoon samen met de rechtspersoon – ook samen moet worden gestraft: samen uit, samen thuis. Dit betekent dat zowel Brecht P. als zijn bvba door de rechtbank kunnen worden veroordeeld voor dezelfde feiten. De rechtbank zal dus niet meer enkel diegene kunnen bestraffen die de zwaarste fout heeft begaan.

Ook de vierde krachtlijn die bepaalde structuren van de overheid en OCMW’s beschermde, werd opgeheven.

De nieuwe regeling is dus strenger dan de oude regeling. Dit impliceert dat de oude en nieuwe regeling elkaar nog zullen overlappen: wanneer een strengere wet in werking treedt, kan de toepassing ervan namelijk niet teruggaan in de tijd. Voor feiten gepleegd voor de inwerkingtreding van de wet zal dus ook in de toekomst nog het oude regime worden toegepast.

Wenst u meer informatie te verkrijgen over het feit of u en uw vennootschap/vereniging strafrechtelijk kunnen worden bestraft en onder welke regeling dit zou verlopen? Aarzel dan niet contact op te nemen met advocatenkantoor Desdalex.

Gratis tips? Schrijf je dan
in op onze nieuwsbrief



Search
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type