Hoe gaat het er aan toe in de Belgische gevangenissen?

De gevangenis

HOEVEEL GEVANGENISSEN EN GEDETINEERDEN ZIJN ER IN BELGIË?

Er zijn 32 strafinrichtingen in ons land: 16 in Vlaanderen, 14 in Wallonië en 2 in Brussel. De gevangenispopulatie schommelt rond de 10.000 personen, de overgrote meerderheid mannen.

Bijna elke gevangenis heeft een gemengde bevolking die bestaat uit 3 grote groepen:

  1. Personen in voorlopige hechtenis
    Dit zijn de verdachten die in het belang van het onderzoek en in afwachting van hun proces in hechtenis verblijven.
  2. Veroordeelden
    Veroordeelden hebben hun proces reeds achter de rug en zitten dus hun straf uit.
  3. Geïnterneerden
    Geïnterneerden zijn personen die een misdrijf hebben gepleegd maar ontoerekeningsvatbaar werden verklaard. Ze zijn opgesloten voor onbepaalde duur.

WIE ZIT ER IN DE GEVANGENIS?

Per 10 gevangen zijn er ongeveer 3 verdachten die hun proces afwachten, 6 veroordeelden en 1 geïnterneerde.

Daarnaast zijn er kleinere groepen gedetineerden, bestaande uit illegale vreemdelingen, minderjarigen en mensen die na hun straf ter beschikking zijn gesteld van de regering of van de strafuitvoeringsrechtbanken.

WAT IS HET DOEL VAN EEN GEVANGENISSTRAF?

  1. Boetedoening voor het veroorzaakte leed bij slachtoffers en de maatschappij;
  2. Individuele preventie: beveiliging van de maatschappij door te beletten dat veroordeelden nieuwe feiten plegen;
  3. Collectieve preventie: mensen afschrikken door voorbeeldstelling en beletten dat ze misdrijven zouden plegen.

 

Het doel van de gevangenisstraf is dus ook ervoor te zorgen dat veroordeelden beter uit de gevangenis komen en op geslaagde wijze hun plaats terug innemen in de maatschappij.

Daar kan men enkel in slagen wanneer er tijdens de opsluiting gewerkt wordt aan de eventuele problemen die er voordien al waren.  Een oud zeer van het gevangeniswezen is dat de individuele begeleiding vaak te wensen over laat. Binnen de meeste gevangenissen zoekt men wel naar mogelijkheden – met beperkte middelen – om gevangenen nieuwe vaardigheden aan te leren of inzichten bij te brengen.  In de eerst plaats streeft men naar herstel van schade en herstel van de verstoorde relatie tussen dader, slachtoffer en samenleving.

Men tracht de dader hierbij uit zijn passieve en defensieve rol te halen. Hij moet actief zijn verantwoordelijkheid opnemen tegenover het slachtoffer en de samenleving. Zo krijgt hij de kans om zijn schuld in te lossen.

HOE ZIET EEN GEVANGENISSTRAF ER UIT?

De essentie van een gevangenisstraf is de vrijheidsberoving.

In sommige gevangenissen zitten gedetineerden 22u per dag in een cel van slechts enkele vierkante meter groot. Daar zitten ze alleen, met 2 of met 3.

In andere gevangenissen brengen gevangenen een groot deel van de tijd door in werkateliers of gemeenschappelijke eet- en ontspanningsruimtes.

De radicale inperking van de bewegingsvrijheid is gemeenschappelijk aan elke gevangenis.

Omdat onze strafinstellingen daders moeten helpen om hun tijd achter de tralies zo zinvol en toekomstgericht mogelijk in te vullen is voorzien in:

  • Een psychosociale dienst;
  • Aanbod aan activiteiten, waaronder ook beroepsopleidingen zoals papier of karton vouwen en snijden, oude kleren sorteren, wassen of naaien, …

KOMT ELKE DADER IN DE GEVANGENIS TERECHT?

Niet alle daders van misdrijven komen in de gevangenis terecht. Of en wanneer men een dader opsluit, hangt van meerdere factoren af.

Bij zeer ernstige misdrijven zoals zedenfeiten of zware geweldpleging, kan men door de onderzoeksrechter in voorlopige hechtenis geplaatst worden. Dit doet men wanneer de dader een gevaar betekent voor de maatschappij, wanneer men vreest dat hij/zij zal vluchten of wanneer dit noodzakelijk is voor het onderzoek.  De voorlopige hechtenis is geen straf maar wel een maatregel in afwachting van het proces. Indien de dader nadien wordt veroordeeld wordt rekening gehouden met de voorlopige hechtenis voor het berekenen van het strafrestant.

De voorlopige hechtenis vormt de uitzondering. In België geldt immers een vermoeden van onschuld totdat er een definitieve rechterlijke uitspraak is tussengekomen. Met andere woorden; tot er geen beroepsmogelijkheid meer is bij de Belgische instanties.

Het is niet altijd zo dat wanneer een gevangenisstraf wordt opgelegd de dader ook effectief wordt opgesloten. In volgende gevallen zal de veroordeelde na het krijgen van zijn uitspraak niet naar de gevangenis moeten:

  • De dader krijgt een effectieve gevangenisstraf die kleiner of gelijk is aan de ondergane voorhechtenis;
  • Veroordelingen tot gevangenisstraffen onder de drie jaar worden vaak onder de modaliteit van het elektronisch toezicht uitgeoefend;
  • Bij een straf met uitstel moet de veroordeelde zijn gevangenisstraf niet ondergaan indien hij gedurende een bepaalde periode geen nieuwe feiten pleegt en zich houdt aan de opgelegde voorwaarden;
  • De aanwending van het ‘stelsel van genade’ gebruikt men om gevangenisstraffen kwijt te schelden, te verminderen of om te zetten in een andere straf.

Regimes waarbij de gedetineerden de strafinstelling kunnen verlaten.

Er zijn verschillende mogelijkheden zoals:

  • Tijdelijke vrijlating (uitgangspermissie of penitentiair verlof)
  • Definitieve vrijlating ( voorlopige of voorwaardelijke invrijheidsstelling, strafeinde)
  • Gedeeltelijke vrijlating (halve vrijheid of elektronisch toezicht)

UITGANGSPERMISSIE

Een uitgangspermissie verleent men voor heel specifieke familiale redenen zoals het overlijden van een familielid, het huwelijk van een kind, de bevalling van een echtgenote of het bezoek aan ouders in levensgevaar.

Hiervoor moet de gevangenisdirecteur toestemming vragen aan het ministerie van Justitie (voor veroordeelden) of aan de (onderzoeks)rechter (voor beklaagden)

Bij deze permissie mag de gevangen voor maximum 1 dag de gevangenis verlaten.

Een uitgangspermissie kan ook toegekend worden om andere redenen zoals om werk te zoeken of begeleiding te volgen of om aan een reclasseringsplan te werken. Bij deze redenen wordt de gevangene begeleid door een vertrouwenspersoon, een personeelslid van de gevangenis of iemand van een externe dienst.

PENITENTIAIR VERLOF

Penitentiair verlof is de toelating om gedurende 1 tot 3 dagen de gevangenis te verlaten om de 3 maanden.

Doel: de betrekking tussen dader en zijn familie of de samenleving bevorderen en zijn reïntegratie in de maatschappij voorbereiden.

Om hiervan gebruik te maken, moet de definitief veroordeelde een aanzienlijk deel van zijn/haar straf uitgezeten hebben.

Echter volstaat het niet om enkel te voldoen aan de tijdsvoorwaarde. De gevangenisdirectie beoordeelt ook of de dader wel bekwaam is om de voorwaarden die hij krijgt na te leven. Bijvoorbeeld: niet drinken, zich niet in de nabijheid van zijn slachtoffer ophouden,…

Het ministerie van Justitie bepaalt of men een aanvraag al dan niet toekent en onder welke voorwaarden dit kan gebeuren.

HALVE VRIJHEID EN BEPERKTE HECHTENIS

Halve vrijheid betekent dat de gedetineerde de nacht in de cel doorbrengt en tijdens de dag buiten de gevangenis werkt of een opleiding of therapie volgt die kadert in zijn reclasseringsplan.

Hiervoor moet de gevangene 6 maanden of minder verwijderd zijn van een mogelijke vervroegde vrijlating en mag hij geen gevaar zijn voor de maatschappij.

ELEKTRONISCH TOEZICHT

In België bestaat elektronisch toezicht sinds 1998. Dit laat de dader toe om zijn straf thuis te ondergaan in plaats van in de gevangenis.

Als iemand onder elektronisch toezicht staat, moet hij/zij een bepaald dagschema volgen waarin vastligt wanneer hij thuis hoort te zijn en wanneer hij buiten mag om te werken of een opleiding te volgen. De vrijheid van komen en gaan is hier beperkt maar de dader is zo wel in de mogelijkheid om zijn familie, sociale en economische contacten te onderhouden of te herstellen.

Bij elektronisch toezicht draagt men een enkelband met een zender. Een centrale controle-eenheid gaat na of de veroordeelde wel op de vooraf overeengekomen plaats is. Echter komt lang niet iedereen hiervoor in aanmerking. Het hangt af van de gepleegde feiten en de duur van de resterende straf.

In het kader van de voorlopige hechtenis bestaat een elektronisch toezicht uit een permanent verblijf in de woning.

VRIJLATING VAN VOORLOPIGE GEHECHTEN

Men kan daders van misdrijven in een voorlopige hechtenis plaatsen wanneer zij een gevaar opleveren voor de openbare veiligheid of wanneer men vreest dat ze nieuwe feiten zullen plegen, vluchten, of dat ze het onderzoek willen dwarsbomen.

Verdwijnen deze redenen in de loop van het onderzoek, dan worden zij door de (onderzoeks-)rechter vrijgelaten.  Aan die vrijlating kunnen echter wel voorwaarden gekoppeld worden. De dader gaat hier niet ‘vrijuit’. Het proces en de eventuele straf volgen later.

STRAFEINDE

Uiteraard komt iemand die tot een gevangenisstraf veroordeeld is vrij wanneer hij zijn straf volledig heeft uitgezeten. Er bestaan dan amper controlemogelijkheden voor justitie. Echter komt het overgrote deel van gedetineerden vrij via het systeem van de voorlopige of voorwaardelijke invrijheidsstelling waarbij er verschillende controlemogelijkheden bestaan.

Waarom is het systeem van voorlopige of voorwaardelijke invrijheidsstelling in het leven geroepen?

Om de overbevolking binnen de gevangenissen onder controle te houden. Maar, er is meer.

Men laat daders voortijdig vrij om hen perspectief te bieden en hun inzet om te re-integreren in de maatschappij niet te verhinderen.

Bijvoorbeeld:

Een dader wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaar. Na een derde van de straf te hebben ondergaan kan hij vrijkomen via het stelsel van de voorwaardelijke invrijheidstelling. De strafuitvoeringsrechtbank zal dit beoordelen. Na de helft van zijn straf komt hij bijvoorbeeld vrij. Zijn vrijlating is voorwaardelijk: Gedurende 5 jaar lang (langer dan zijn gevangenisstraf), moet hij bepaalde voorwaarden naleven die gecontroleerd worden door de politie en justitie.  Leeft hij de voorwaarden niet na? Dan kan men hem terug opsluiten om de rest van zijn straf te ondergaan. Op deze manier test men de dader maar houdt men tegelijk ook een stok achter de deur.

Omdat het gedrag van de gedetineerde medebepalend is voor een vroegere toelating, zal de dader tijdens detentie minder problemen stellen.

VOORLOPIGE INVRIJHEIDSSTELLING

Heeft de dader in het totaal een effectieve gevangenisstraf gekregen die niet langer is dan 3 jaar? Dan moet hij de ingewikkelde procedure voor voorwaardelijke invrijheidsstelling voorlopig niet doorlopen.

Op basis van een beslissing van de gevangenisdirecteur kan men hem in vrijheid stellen. Ook hier geldt niet dat de straf dan ten einde komt. De proefperiode bedraagt in principe steeds 5 jaar, loopt hij deze periode zonder problemen door dan moet hij het strafrestant niet meer uitzitten.

WANNEER KAN IEMAND VRIJKOMEN?

Bij een straf onder de drie jaar beslist de gevangenisdirecteur. Bij straffen van meer dan drie jaar beslist de strafuitvoeringsrechtbank.

Niet elke dader komt dus snel of vervroegd vrij! Heeft de gevangene geen vooruitzichten op re-integratie of laat zijn gedrag te wensen over, dan wordt zijn vrijlating tegengehouden.

In principe komen alle kortgestraften in aanmerking voor een voorlopig invrijheidsstelling. Voor seksueel delinquenten die veroordeeld werden tot een straf van 1-3 jaar is de procedure echter veel strenger.

Van alle veroordeelden die men vervroegd in vrijheid stelt, komt 80 procent buiten via voorlopige invrijheidsstelling.

VOORWAARDELIJKE INVRIJHEIDSSTELLING

Net zoals de voorlopige invrijheidsstelling, is de voorwaardelijke invrijheidstelling een gunstmaatregel.

De 5 belangrijkste verschillen met een voorlopige invrijheidsstelling zijn:

  1. Het gaat hier over veroordeelden met straffen boven de 3 jaar
  2. De procedure is zwaarder
  3. Een onafhankelijk rechtscollege neemt de beslissing
  4. Sommige slachtoffers worden betrokken bij deze procedure
  5. De controle is veel scherper

WAT IS HET DOEL VAN EEN VOORWAARDELIJKE INVRIJHEIDSSTELLING?

De overgang tussen het verblijf in de gevangenis en de volledige vrijheid geleidelijk te laten verlopen. De proefperiode met opgelegde voorwaarden moet toelaten te oordelen of de bescherming van de maatschappij, en van het slachtoffer, niet in het gedrang komt en de re-integratie van de dader goed verloopt.

Is dat toch niet het geval? Dan heeft justitie een stok achter de deur. De dader kan terug achter tralies belanden om de rest van zijn straf uit te zitten.

VOORLOPIGE INVRIJHEIDSSTELLING VAN VREEMDELINGEN

Het systeem van de voorlopige of voorwaardelijke invrijheidsstelling is niet van toepassing op gedetineerden van vreemde nationaliteit die geen recht hebben om in ons land te verblijven of die men moet uitleveren.

Men geeft hen echter wel de mogelijkheid om na het uitvoeren van een deel van hun straf vrij te komen met als enige voorwaarde het land te verlaten en niet terug te keren.

Wat te verwachten als slachtoffer, wanneer de dader achter tralies verdwijnt?

De laatste jaren zijn er veel initiatieven genomen om de positie van slachtoffers te verbeteren: er werd een betere opvang  uitgebouwd en tijdens het proces krijgen zij meer rechten toebedeeld. Maar eens de dader in de gevangenis belandt, zien we voorlopig een totaal ander beeld. Het slachtoffer komt in die fase nauwelijks aan bod.

De nieuwe wet op de voorwaardelijke invrijheidsstelling heeft de positie van het slachtoffer expliciet erkend. Daarnaast is er in elke strafinrichting een herstelconsult aangesteld die zich uitsluitend richt op het herstel van de verstoorde relatie tussen dader, slachtoffer en maatschappij.

Slachtoffers hebben niet alleen nood aan erkenning of concrete rechten. Ze hebben nood aan volledige informatie.

Voor meer informatie kan u bij ons team strafrecht terecht.