Het financieel plan: zonder voorbereiding vindt een ondernemer geen succes

Chinees filosoof Confucius stelde reeds 500 jaar voor Christus dat succes altijd afhankelijk is van een nauwkeurige voorbereiding en dat zonder die voorbereiding falen een feit is. Deze gouden regel geldt tot op vandaag voor iedere ondernemer die zijn succes op de economische markt wenst te beproeven.

De wetgever heeft de beginnende ondernemers een duwtje in de rug gegeven door ze bij de oprichting van een vennootschap wettelijk te verplichten een voorbereiding te maken. Deze voorbereiding neemt de vorm aan van een financieel plan.

Het financieel plan kan men definiëren als een beschrijving van de activiteiten die de vennootschap bij de oprichting zal verrichten met een schatting van de financiële middelen die hiervoor noodzakelijk zijn.

De doelstelling van het financieel plan is tweeledig:

1. voorkomen van lichtzinnige oprichting van een vennootschap

Door middel van dit financieel plan zet men oprichters ertoe aan om na te denken over de voorgenomen bedrijvigheid en welk aanvangsvermogen vereist is.

2. bescherming van de oprichters tegen aansprakelijkheid

Daarnaast zijn oprichters ten aanzien van iedere belanghebbende hoofdelijk aansprakelijk voor de verbintenissen van de vennootschap in het geval dat volgende voorwaarden cumulatief voldaan zijn:

  • het faillissement van de vennootschap wordt uitgesproken binnen de drie jaar na de verkrijging van rechtspersoonlijkheid; en
  • bij de oprichting was het aanvangsvermogen kennelijk ontoereikend voor de normale uitoefening van de bedrijvigheid voor een termijn van tenminste twee jaar.

 

Om de laatste voorwaarde te controleren valt de rechtbank terug op het financieel plan dat destijds door de oprichters werd opgesteld. De rechter dient het financieel plan te beoordelen op grond van de toestand en de informatie die op het tijdstip van de oprichting voorhanden was.

Een realistisch en weloverwogen financieel plan kan dus voorkomen dat u als oprichter aansprakelijk wordt gesteld.

Het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) bepaalt ook de minimale inhoud die het financieel plan moet hebben:

  1. een nauwkeurige beschrijving van de voorgenomen bedrijvigheid;
  2. een overzicht van alle financieringsbronnen bij oprichting (…);
  3. een openingsbalans (…), evenals geprojecteerde balansen na twaalf en vierentwintig maanden;
  4. een geprojecteerde resultatenrekening na twaalf en vierentwintig maanden (…);
  5. een begroting van de verwachte inkomsten en uitgaven voor een periode van minstens twee jaar na de oprichting;
  6. een beschrijving van de aangenomen hypotheses bij de schatting van de verwachte omzet en de verwachte rendabiliteit;
  7. in voorkomend geval, de naam van de externe deskundige die bijstand heeft verleend bij de opmaak van het financieel plan.”

Het is aangewezen dat u zich voor de opstelling van het financieel plan laat bijstaan door een externe deskundige (bvb. een boekhouder of bedrijfsrevisor).

De bijstand van een deskundige is wettelijk echter niet verplicht. Indien u zelf een financieel plan wenst op te stellen, kan u hiervan een model terugvinden in een technische nota van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) dd. 4 maart 2020.

Nog bijkomende vragen?

Aarzel dan niet om de experten van het team ondernemingsrecht te contacteren!
Wist u dat we nu ook eerstelijnsadvies bieden via onze webshop? Zowel fysiek als digitaal!

 

Bronnen
[1] In het Wetboek van vennootschappen en verenigingen is deze verplichting terug te vinden in de volgende artikels: artikel 5:4, § 2 (voor besloten vennootschappen), artikel 6:5, § 2 (voor coöperatieve vennootschappen) en artikel 7:3, § 2 (voor naamloze vennootschappen)
[2] C. Brocal & A. Ernt, « Le plan financier dans le cadre de la SPRL-S », Cah.Jur., 4/2010, 95.
[3] https://www.cbn-cnc.be/nl/adviezen/technische-nota-financieel-plan-voor-besloten-vennootschappen-cooperatieve-vennootschappen