Chat with us, powered by LiveChat

Het antidopingdecreet en de verplichting van de sporter zelf

Sofie De Vuyst, topwielrenster en  Flandrienne 2019, is vorige week zelf naar buiten gekomen met het nieuws dat ze bij een controle buiten competitie positief heeft getest op exogene steroïden. Ze schreeuwt haar onschuld uit in een open brief, doch dit toont nog maar eens aan hoe snel het als sporter kan verkeren.

Elke sporter heeft uiteraard wel al van het antidopingdecreet gehoord, doch meer dan “dat er een lijst met verboden producten bestaat”, weten de meeste sporters niet.

Het antidopingdecreet schrijft nochtans voor dat elke sporter verplicht is op de hoogte te zijn van de antidopingregels en deze na te leven. Daarbij kan men ervan uit gaan dat de elitesporters kennis hebben van de inhoud, doch in het kader van de dopingbestrijding werd er in Vlaanderen ook voor gekozen dat de sporters die hun sport beoefenen op een lager niveau dan de elitesporters ook in aanmerking komen voor de volledige WADA-systematiek aan controles en sancties.

Cruciaal bij de definiëring van dopingpraktijken is dat het de persoonlijke plicht is van de sporter zelf om ervoor te zorgen dat er geen verboden stoffen in het lichaam binnenkomen. Het antidopingdecreet bepaalt immers dat het voldoende is dat wordt aangetoond dat het bloed- of urinestaal van de sporter een verboden substantie bevat die op de dopinglijst staat. Het dient dus niet aangetoond te worden dat wetens en willens een verboden product werd genomen.

De tuchtsancties die zijn voorzien voor dopingpraktijken zijn zwaar en bovenop een uitsluiting kan de sporter ook nog veroordeeld worden tot een geldboete.

Indien u meer info wenst omtrent het antidopingdecreet of u heeft een dopingcontrole ondergaan kan u uiteraard contact opnemen voor verdere informatie of begeleiding.