Wettelijke regeling inzake de kwaliteitsrekening van vastgoedmakelaars treedt op 01/08/2018 in werking

Wettelijke regeling inzake de kwaliteitsrekening van vastgoedmakelaars treedt op 01/08/2018 in werking

Elke vastgoedmakelaar moet een onderscheid maken tussen zijn eigen geld en het geld van derden. Dat onderscheid werd al gemaakt in de deontologische code, maar kreeg via de wet van 21 december 2017 tot wijziging van de Vastgoedmakelaarswet een wettelijke basis. Deze nieuwe bepalingen omtrent de kwaliteitsrekening treden binnenkort in werking op 1 augustus 2018.

Het doel van de wet is om de cliënten van vastgoedmakelaars te beschermen tegen twee risico’s, nl. het risico van insolvabiliteit en het risico van fraude.

Het risico van insolvabiliteit wordt gedekt door het feit dat de kwaliteitsrekening vermijdt dat het erop geplaatste geld deel zal uitmaken van het eigen vermogen van de vastgoedmakelaar. De gelden worden niet in eigen naam en voor eigen rekening gehouden, maar worden beheerd ten voordele van derden. De vastgoedmakelaar die het geld op een kwaliteitsrekening plaatst is dus geen eigenaar van deze gelden. Schuldeisers van de vastgoedmakelaar kunnen dan ook niet aan het geld raken dat op deze rekening staat.

Wat betreft het risico op fraude, worden de vastgoedmakelaars strenge regels opgelegd bij het openen en het beheren van de kwaliteitsrekening.

Zo moeten de kwaliteitsrekeningen o.m. voldoen aan volgende eisen:

1° de kwaliteitsrekeningen mogen nooit een debetsaldo vertonen;

2° op de kwaliteitsrekeningen mag geen krediet in welke vorm ook, worden toegestaan. Die rekeningen kunnen derhalve nooit tot zekerheid dienen;

3° elke schuldvergelijking, fusie of bepaling van eenheid van rekening tussen de kwaliteitsrekeningen en andere bankrekeningen is uitgesloten.

Het Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars kan volgens de wet ook nog aanvullende regels m.b.t. verhandeling van gelden van cliënten of derden opstellen in het licht van de concrete noden in de beroepssector.

Teneinde een effectieve naleving van deze voorschriften te verzekeren, zal het Beroepsinstituut een toezichtregeling organiseren waarin ook de maatregelen en sancties bij niet naleving van hoger genoemde plichten worden opgenomen.